Promotie: Functioneel herstel bij Psychose
"Waarom zouden we onze eigen interpretatie boven een zelfrapportage plaatsen? Het is immers het verhaal van de patiënt zelf. Herstel bij psychose is mogelijk, en het perspectief van de patiënt zou daarin altijd leidend moeten zijn.”
Bernice is basispsycholoog en is sinds januari in opleiding tot GZ-psycholoog. Ze vertelt over haar ervaringen en keuzes, en waarom ze uiteindelijk de stap heeft genomen om de opleiding tot GZ-psycholoog te gaan volgen.
"Waarom zouden we onze eigen interpretatie boven een zelfrapportage plaatsen? Het is immers het verhaal van de patiënt zelf. Herstel bij psychose is mogelijk, en het perspectief van de patiënt zou daarin altijd leidend moeten zijn.”
Bernice is basispsycholoog en is sinds januari in opleiding tot GZ-psycholoog. Ze vertelt over haar ervaringen en keuzes, en waarom ze uiteindelijk de stap heeft genomen om de opleiding tot GZ-psycholoog te gaan volgen.
Een bijzondere loopbaan binnen de GGZ
Bernice is basispsycholoog en is sinds januari in opleiding tot GZ-psycholoog. Ze vertelt over haar ervaringen en keuzes, en waarom ze uiteindelijk de stap heeft genomen om de opleiding tot GZ-psycholoog te gaan volgen.
“Ik heb de bachelor Psychologie gevolgd in Rotterdam, waarbinnen ik de bachelorroute Brein en Cognitie volgde,” vertelt Bernice. “Die verdieping was sterk gericht op onderzoek, met veel aandacht voor fundamenteel cognitief onderzoek en technieken zoals EEG. Hoewel ik onderzoek doen interessant vond, miste ik de link met de praktijk. Tijdens mijn bachelorscriptie, waarbij ik als tweede auteur betrokken was, onderzocht ik in hoeverre mensen in staat zijn hun visuomotorische rotatie aan te passen zonder een cue,” legt ze uit. “In een test volgden deelnemers met een joycon een stip die later een afwijking kreeg. De vraag was of iemand die afwijking zelfstandig kon corrigeren.
Hoewel ik dit superleuk vond om te doen, bleef bij mij toch de vraag hangen: is dit theoretische wel wat ik wil?”
Van theorie naar praktijk
Na haar bachelor besloot Bernice een master te zoeken die meer klinisch gericht was. Dat werd de master Neuropsychologie in Utrecht.
“Hier lag de nadruk veel meer op cognitieve revalidatie, niet-aangeboren hersenletsel (NAH) en ook op psychiatrie en de cognitieve problemen die daarbij komen kijken.
Tijdens deze periode liep ik stage bij een geheugenpoli voor ouderen. Daar deed ik een half jaar lang diagnostisch onderzoek. Maar het werk was erg repetitief: zes maanden lang deed ik vrijwel elke dag hetzelfde. Iedereen die mij kent weet dat dat niet bij mij past. Op dat moment dacht ik zelfs dat ik nooit psycholoog zou worden!
Omdat ik naast mijn studie ook op hoog niveau sportte, zocht ik een baan die al mijn interesses kon combineren, zonder dat ik daar per se een diploma voor nodig had. Door wat rond te vragen kwam ik terecht bij een verslavingskliniek, dit keer niet als behandelaar maar als coördinator voor internationale cliënten. Mijn taak was het begeleiden van het hele traject: van aanmelding tot aankomst.
Daarna werkte ik als verhuiscoördinator. Ik hielp niet alleen bij het verhuizen en overplaatsen van cliënten, maar ook bij alle inboedel die bij de kantoren hoorde. Toen mijn contract afliep, vroeg de directeur wat ik graag wilde doen. Mijn antwoord was duidelijk: onderzoek!”
Cohortstudie UP’s
“Via de directeur werd ik geïntroduceerd aan een professor binnen Parnassia,” licht ze toe. “Dat leidde tot een samenwerking in Rotterdam, waar een cohortstudie werd opgezet rondom herstel bij mensen met een psychose. Het ging om een groot en langdurig onderzoek, waarvoor iemand met ervaring in logistiek én psychologie werd gezocht.”
“Ik kreeg de opdracht om van een globaal idee een concrete studie te maken. Een jaar lang zat ik met verschillende betrokkenen om tafel om het doel scherp te krijgen. In het begin stond ik er vrijwel alleen voor. Na een jaar kreeg ik ondersteuning van een collega. Tegelijkertijd moest ik ook metingen uitvoeren bij honderden deelnemers, wat in de praktijk onmogelijk bleek binnen de beschikbare tijd. Daarom ontwikkelde ik een constructie waarbij studenten werden gedetacheerd bij FACT- en poliklinische teams. Zij deden tijdens hun stage onderzoek en schreven aan het einde een verslag over de patiënt en diens herstel in relatie tot psychose. We begonnen met vijf studenten en groeiden uiteindelijk naar twintig teams.
Naast mijn promotietraject volgde ik ook de master Epidemiologie en een opleiding om les te geven. Zes jaar lang heb ik het cohort gemanaged, waarbij ik verantwoordelijk was voor data, begeleiding van studenten, logistiek en inhoudelijke afstemming,” aldus Bernice. “In die periode kwam ik ook in aanraking met de doelgroep psychose en forensische psychiatrie. Die doelgroep vond ik bijzonder interessant.”
De weg naar de GZ-opleiding
Na zes jaar merkte Bernice dat het managen van het onderzoek te veel tijd kostte, waardoor haar proefschrift in de knel kwam.
“Ik besloot voor mezelf te kiezen en ben als behandelaar gaan werken, gecombineerd met één dag per week promotieonderzoek.” zegt ze. “Na een aantal jaar als basispsycholoog ontstaat vaak de wens om door te groeien naar de GZ-opleiding. Eerst keek ik naar een Top GGZ-plek, maar omdat mijn promotie al zo ver gevorderd was, bleek dat niet passend. Er was wel ruimte voor een GZ-opleidingsplek, en zo ben ik uiteindelijk bij GGZ WNB terechtgekomen.”
GGZ WNB is aangesloten bij het ESPRi-consortium (Epidemiological and Social Psychiatric Research Institute), een samenwerking tussen verschillende instellingen die gezamenlijk onderzoek doen. “Binnen WNB kijk ik nu hoe en met welke onderzoeken we nog beter kunnen aansluiten bij dit netwerk.”
Functioneel herstel bij psychose
Het onderzoek van Bernice richt zich op functioneel herstel bij psychose. Daarbij kijkt ze onder andere naar executieve functies, zoals plannen en emotieregulatie, en hoe deze samenhangen met andere vormen van herstel.
“Traditioneel meten we executieve functies met taken, zoals card sorting. Maar we weten al langer dat deze tests weinig zeggen over het dagelijks functioneren. Daarom ben ik gaan kijken naar alternatieven, zoals zelfrapportages. Daarbij speelt de vraag: kunnen mensen binnen de psychiatrie dit wel goed invullen? Hebben zij voldoende ziekte-inzicht?
Uit onderzoek blijkt dat zelfrapportages juist wél samenhangen met functioneren in het dagelijks leven,” legt ze uit. “In mijn onderzoek leg ik daarom taakgerichte metingen en zelfrapportages naast elkaar. Taakjes lijken vooral cognitieve capaciteiten, zoals IQ, te meten, terwijl zelfrapportage meer zegt over de toepassing in het dagelijks leven. Dat levert interessante profielen op. Iemand kan bijvoorbeeld cognitief sterk zijn, maar moeite hebben met het toepassen ervan, of andersom.
Als we deze kennis willen toepassen in de praktijk, is het belangrijk om eerst een profiel te maken,” benadrukt Bernice. “Vervolgens kunnen we kijken wat dit betekent voor verschillende vormen van herstel. Wil je iemand helpen bij sociaal herstel, dan is zelfrapportage vaak passender. Wil je weten wat iemand cognitief aankan, dan zijn taakmetingen relevanter.
Ik hoop de mogelijkheden die uit dit onderzoek naar voren komen met beide handen aan te grijpen. Het introduceren van zowel taakmetingen als zelfrapportages kan waardevol zijn voor meerdere doelgroepen en sluit goed aan bij de herstelgerichte benadering.”
Een andere kijk op de patiënt
“Een belangrijke les uit mijn onderzoek is dat we zelfrapportages niet moeten onderschatten. Er wordt vaak gedacht dat patiënten onvoldoende ziekte-inzicht of realiteitszin hebben, maar dat is lang niet altijd terecht. Juist via zelfrapportage krijgen we inzicht in de belevingswereld van de patiënt. Waarom zouden we onze eigen interpretatie daarboven plaatsen?” vraagt ze zich af. “Het is immers het verhaal van de patiënt zelf. Herstel bij psychose is mogelijk, en het perspectief van de patiënt zou daarin altijd leidend moeten zijn.”
De cirkel rond
Bernice is op 26 mei gepromoveerd. Haar proefschrift is te lezen via deze link.
Recovery in psychosis: An integrative perspective, highlighting functional recovery
“Het voelt bijzonder dat GGZ WNB onderdeel is van ESPRiT. Daarmee blijft de verbinding met mijn ‘roots’ behouden. Zo voelt het vertrouwd, omdat ik hier dezelfde waarden terugzie. Het voelt niet als opnieuw beginnen, maar als een doorstart waarin alles samenkomt.”
Meer weten? Lees ook de andere interviews op onze website en ontdek hoe GGZ WNB onderzoek gebruikt als aanvulling op specialistische zorg.