Hulp bij psychische problemen

Wat is er aan de hand?

Bij oudere mensen is er vaak een wisselwerking tussen psychische problemen en veranderingen die bij het ouder worden horen. Bijvoorbeeld verlieservaringen, veranderingen in het sociale netwerk, eenzaamheid, afnemende vitaliteit en lichamelijke klachten. Om hen hierbij te helpen, is specifieke kennis en ervaring nodig.
Bij GGZ WNB werken specialisten op het gebied van de ouderenpsychiatrie. Mensen van 65 jaar en ouder met psychische en psychiatrische problemen kunnen bij ons terecht voor diagnose, behandeling en begeleiding. Wij zijn er ook voor hen die jonger zijn dan 65 jaar bij wie geheugenproblemen worden vermoed.

Psychische problemen

Op latere leeftijd kunnen psychische klachten of geheugenproblemen ontstaan. Niet altijd is de oorzaak hiervan duidelijk. Een andere mogelijkheid is dat u al langer psychische problemen heeft. Sommige ouderen hebben naast een psychisch probleem ook een verslavingsprobleem (‘dubbele diagnose’), ook zij kunnen bij ons terecht.

Wanneer en hoe zoek je hulp?

Wanneer psychische klachten in toenemende mate het functioneren belemmeren, kan het dat u professionele hulp nodig heeft. U kunt dan het beste naar uw huisarts gaan. U heeft namelijk een verwijzing van de huisarts nodig, voordat u bij ons komt. Ook een specialist of andere arts kan u naar onze organisatie doorverwijzen.


De volgende psychische problemen kunnen voorkomen bij ouderen:

Iedereen kent in zijn leven situaties waarin hij bang is, waarbij de angst op zich een nuttig gevoel kan zijn. Het waarschuwt je voor gevaar en weerhoudt je van risicovol gedrag.

Bij angststoornissen is er echter sprake van angst bij afwezigheid van gevaar of angst waarbij de mate van angst niet in verhouding staat tot de mate van reëel gevaar. Als iemand door deze te heftige angstige reacties wordt gehinderd in zijn dagelijks functioneren, dan spreken we van een angststoornis. Mensen ondergaan dan allerlei situaties met veel angst en spanning of gaan situaties helemaal uit de weg.

Angststoornissen bij ouderen zijn niet wezenlijk anders dan bij andere volwassenen, al presenteren oudere mensen hun klachten soms anders. De angst wordt bijvoorbeeld vooral gevoeld als een lichamelijke klacht (b.v. druk op de borst, band om het hoofd), of men denkt dat de angst nu eenmaal bij hen hoort, zeker als deze al langer bestaat. Soms wordt ook wel gedacht dat angst in het algemeen bij het ouder worden hoort en hier niets aan gedaan kan worden. Dat is zeker niet het geval. Ook niet voor angsten die vaak op latere leeftijd optreden, zoals de angst om dement te worden, of de angst om te vallen.

Naast de aandacht voor deze specifiek bij ouderen optredende angsten, is het van belang aandacht te hebben voor lichamelijke aandoeningen die de angst kunnen beïnvloeden en de mogelijke invloed van gebruikte medicatie. Wanneer iemand ook depressief is kan de angst een symptoom zijn van de depressie, maar ook afzonderlijk naast deze depressie voorkomen.

De meeste 65-plussers functioneren verstandelijk gezien goed. Het geheugen en het denken wordt doorgaans wel wat trager en minder flexibel met het ouder worden, maar dat is een heel natuurlijk proces. Als het verlies van cognitieve functies invloed krijgt op het dagelijks leven spreken we van dementie. Denk bij problemen bijvoorbeeld aan vergeetachtigheid, vergeten welke dag het is, en de taal, problemen niet kunnen oplossen, verstoring van het dag- en nachtritme, verdwalen, het huishouden niet meer kunnen verzorgen en apathie.
Bij dementie worden denken, oriëntatie vermogen, begrip, leer- en oordeelvermogen en taalgebruik minder, terwijl het bewustzijn helder blijft. Maar het meest opvallende aspect van dementie zijn de ernstige geheugenproblemen. Het opnemen van nieuwe informatie lukt niet meer.
Er zijn veel vormen van dementie. De meest bekende vorm is de ziekte van Alzheimer.

Zelfstandig handelen en het nemen van initiatief worden bemoeilijkt en raken onder het vroegere niveau. Ook persoonlijkheids- en gedragsveranderingen kunnen optreden, zoals de versterking van karaktereigenschappen. Vaak raakt iemand gedesoriënteerd in tijd en/of plaats en gaan sociale vaardigheden verloren. Veel patiënten krijgen klachten van depressieve aard. In de laatste fase van het ziekteproces is de patiënt hulpbehoevend en herkent hij zijn familie en omgeving niet of nauwelijks meer. Het hebben van een dementie is ingrijpend voor de persoon zelf maar zeker ook voor de omgeving (partner, kinderen of mantelzorgers). In het begin is er vaak twijfel of iemand iets echt niet meer weet of dat hij niet goed zijn best doet. Ook kan iemand met een dementie achterdochtig worden naar zijn omgeving. De zelfstandigheid van iemand met dementie vermindert en de patiënt wordt toenemend zorgafhankelijk. Daarnaast hebben de meeste dementerenden maar beperkt of geen inzicht in hun eigen situatie. Ze zien niet waarom iedereen zich zo druk maakt en waarom er meer zorg nodig is. Dit maakt dat de omgeving van dementerenden soms de regie over moet nemen en vaak zwaar belast wordt.

Depressie op latere leeftijd wordt niet altijd herkend, omdat de klachten zowel door de omgeving als door de persoon zelf worden toegeschreven aan het ouder worden. Ouderen hebben een hoger risico om een depressie te krijgen omdat zij te maken hebben met stressvolle gebeurtenissen, tegenslagen en verlies, (chronische) ziekten, pijn en afname van functioneringsvermogen.
Veel mensen hebben wel eens last van depressieve klachten, zoals een sombere stemming, weinig energie of geen zin hebben in sociale contacten. Dat betekent echter niet meteen dat er sprake is van een depressieve stoornis. Er is pas sprake van een depressieve stoornis als meerdere symptomen tegelijk over een langere periode aanwezig zijn. De persoon kan zichzelf niet meer 'oppeppen' of beter laten voelen, maar er is sprake van bijvoorbeeld ernstige somberheid of abnormaal verhoogde of geïrriteerde stemming.

Depressie is een vorm van een stemmingsstoornis. Stemmingsstoornissen zijn stoornissen waarbij de stemming min of meer langdurig is veranderd. Verandering van stemming, zoals vreugde en verdriet, zijn normale reacties op voorspoed of tegenslag. Bij een stemmingsstoornis is die verandering intensiever en langduriger. Er zijn verschillende vormen, waaronder depressieve stoornissen, bipolaire stoornissen, stemmingsstoornissen veroorzaakt door een somatische aandoening, of door een middel.

Stemmingsstoornissen bij ouderen zijn niet wezenlijk anders dan bij andere volwassenen, al presenteren ouderen hun klachten anders. Bij een depressie leggen ze bijvoorbeeld meer nadruk op lichamelijke verschijnselen, zoals moeheid, gewichtsverlies en slecht slapen. Door het op de voorgrond treden van lichamelijke klachten komt het voor dat men eerst denkt aan een lichamelijke oorzaak en dat de onderliggende stemmingsstoornis pas in een later stadium onderkend en behandeld wordt.

De combinatie van ouder worden en meer afhankelijk worden van anderen, levert misschien toenemende problemen op in de relatie met de omgeving. Men kan zich vaak onbegrepen voelen en/of toenemend geïsoleerd raken. Ook voor de omgeving kan het veel geduld en aanpassing vragen.

Mogelijk ervaart u moeilijkheden in het contact met anderen en loopt u vaak vast op verschillende terreinen van uw leven en voelt u zich erg eenzaam. U raakt regelmatig in conflict met uw omgeving of bent u bang en achterdochtig. U heeft het idee dat anderen tekort schieten en ervaart uw eigen gedrag mogelijk niet als een probleem, maar voor uw omgeving kan het juist moeilijk zijn om met u om te gaan. Mogelijk is er dan sprake van een persoonlijkheidsstoornis.

Cliënten met persoonlijkheidsproblemen komen wel eens vreemd over op anderen. Er is dikwijls sprake van ongewone overtuigingen en gedragingen. Er zijn ook cliënten met een persoonlijkheids-stoornis die getypeerd worden als impulsief en dramatisch. Meestal is er sprake van impulsieve gedragingen en instabiliteit op het gebied van emoties, identiteit en relaties. Tot slot zijn er ook cliënten met angst en kwetsbaarheid die een persoonlijkheidsstoornis kunnen hebben. Ze hebben dan een afhankelijke-, vermijdende - of obsessief-compulsieve persoonlijkheidsstoornis. Het kan misschien moeilijk zijn om de symptomen van een persoonlijkheidsstoornis bij u zelf te erkennen. Mogelijk vraagt u eerder hulp voor de klachten die een gevolg zijn van de persoonlijkheidsstoornis, zoals relatieproblemen, depressie, agressie, angst en verslaving.

De wetenschap is er toenemend van doordrongen dat de genen en de omgeving nodig zijn voor de structurele ontwikkeling van het brein; en dus ook voor gedrag en persoonlijkheid. Steeds duidelijker wordt dat de genen tot uiting komen door de invloed van omgeving en dat psychosociale stress-factoren, zoals trauma`s uit het verleden, hun effect uiten op de hersenenontwikkeling. Deze wisselwerking tussen omgeving en genetische opmaak leidt uiteindelijk tot een individuele persoonlijkheidsontwikkeling. Een ongunstige combinatie van omgevingsinvloeden (traumata) en aangeboren temperamentsfactoren kunnen leiden tot persoonlijkheidsstoornissen.

Voor sommige middelen is sociaal gebruik haast niet mogelijk, omdat ze zo verslavend werken dat er al snel sprake is van afhankelijkheid. Als het gebruik een vaste plek krijgt in uw leven, en u eigenlijk niet meer over het gebruik nadenkt, is het een gewoonte geworden, bijvoorbeeld wijn bij het eten (of koken). Wanneer het gebruik een functie krijgt (ontspannen, in slaap komen of negatieve gevoelens laten verdwijnen), dan is er sprake van probleemgebruik.

Vaak gebruiken probleemgebruikers al meer dan sociaal gebruikers, al is dat geen criterium. Wanneer u echt niet in slaap komt zonder één borrel kan er ook al sprake zijn van probleemgebruik. Ongemerkt verschuift de grens van probleemgebruik naar misbruik of verslaving. Het verlangen naar middelen is dan zo groot dat de gezondheid, het gezin of sociaal leven er onder lijdt. Wanneer de hoeveelheid van het gebruik een probleem is, en er tolerantie en ontwenningsverschijnselen optreden kan er sprake zijn van een verslaving. Cliënten met een dubbele diagnose kampen met een ernstig verslavingsprobleem in combinatie met een ernstige psychiatrische stoornis. De middelen-afhankelijkheid én de psychiatrische stoornis versterken elkaar en bemoeilijken de behandeling. Vaak hebben ze ook veel lichamelijke klachten.
Veel mensen vinden het lastig om te herkennen wanneer er sprake is van een probleem. Toegeven dat er iets aan de hand is, is het moeilijkste. Als u dit gedaan heeft, dan heeft u de grootste overwinning al bereikt.

Iedereen beschikt wel in meer of mindere mate over fantasie. Fantasie kan heel nuttig zijn. Maar wat als de werkelijkheid naar de achtergrond schuift?
Wanneer u het normale contact met de werkelijkheid kwijt bent, dan kan dit blijken uit het zien of horen van dingen die er niet zijn (hallucinaties), denkbeelden die niet overeenkomen met de realiteit (wanen) en verward denken. Als u erg verward raakt, stemmen gaat horen of denkt dat u achtervolgd wordt, dan kan er sprake zijn van een psychose. Een psychose betekent dat u het contact met de werkelijkheid verloren bent. Een psychose kan samenhangen met verschillende psychiatrische ziektebeelden, zoals schizofrenie, depressie, manie, dementie.

Als u een psychose heeft kan er sprake zijn van schizofrenie. Dit is niet noodzakelijk, want een psychose kan ook een andere oorzaak hebben. Schizofrenie begint vaak heel onopvallend. Het begint veelal in de puberteit. U raakt steeds meer verwijderd van de werkelijkheid en gaat rare dingen denken. Uw gedachtegang wordt onlogisch en onnavolgbaar. Bij oudere patiënten met schizofrenie is er vaak al lang sprake van terugkerende psychosen en verminderd dagelijks functioneren.